Wat zijn kindsoldaten?

De definitie voor een kindsoldaat is elke persoon onder de leeftijd van achttien jaar die actief deelneemt aan een politiek, ideologisch of gewapende conflict. Maar ook de kinderen die in en vredestijd verzameld worden voor een regeringsleger of rebellengroep  worden als soldaatkinderen geschouwd. Het gaat niet alleen om de kinderen die meevechten in de conflicten maar ook die dienst doen als bijvoorbeeld kok, drager, seksslavin of boodschapper. De term verwijst dus niet alleen maar naar de kinderen die een geweer dragen.

Kindsoldaten worden voor verschillende taken ingezet, een aantal van deze taken zijn:
•  deelnemen aan gewapende gevechten,
•  leggen van landmijnen en explosieven,
•  spioneren en verkennen
•  koeriers, wachters
•  dragen van spullen op lange tochten
•  andere kinderen trainen en bewaken
•  logistieke taken en huishoudelijk werk
•  het onvrijwillig leveren van seksuele diensten of leven als           

 seksslaaf

In Het verdrag inzake de Rechten van het kind staat dat kinderen onder de leeftijd van vijftien jaar niet ingezet mogen worden bij gewapende conflicten. Maar in 2000 heeft de Verenigde Naties een optioneel protocol bij Het verdrag inzake de Rechten van het kind uitgebracht. In dit protocol staat beschreven dat kinderen onder een leeftijd van achttien jaar niet ingezet mogen worden. Dit protocol is door de landen België en Nederland niet bekrachtigd.

Over de hele wereld zijn op het moment meer dan 300.000 kindsoldaten actief. De meeste landen hebben kinderen tussen de leeftijd van vijftien en achttien jaar oud in het leger. Maar in negentien landen ,waarover later meer wordt gesproken, vechten er kinderen mee vanaf tien jaar oud, en soms zelf nóg jonger. Bijvoorbeeld in  Noord-Uganda zijn de jongste kindsoldaten pas zeven jaar oud.

De kinderen die kindsoldaat worden zijn vooral ontheemde kinderen in de vluchtelingenkampen, alleenstaande kinderen en kinderen die eenzaam of in groepjes op straat rondzwerven. Die zijn een gemakkelijke prooi voor ronselaars. Maar ook in de dorpen op het platteland worden veel kinderen ontvoerd en naar de legerkampen gebracht om daar getraind te worden. Sommige kinderen melden zich vrijwillig aan als soldaat, omdat hen een mooi uniform met glimmende knopen wordt beloofd en omdat ze kunnen rekenen op een paar maaltijden per dag en daarbij ook nog medische verzorging krijgen. Soms zijn het zelfs de kinderen van de kindsoldaten die er als het ware in ‘rollen.’

De kindsoldaten hebben vaak een hoop te verwerken. Aan zo´n oorlog zijn een hoop gevolgen. Families moeten vluchten waarbij kinderen vaak hun ouders verliezen. Het wrede geweld tekent de kinderen voor het leven. Vaak houden kinderen psychologische klachten, de meeste van hen hebben vaak dan ook last van depressies, nachtmerries of concentratieproblemen. Deze problemen zijn niet over wanneer de oorlog voorbij is, dit blijft vaak voor een hele lange tijd een rol in hun leven spelen.

O
m hoeveel kindsoldaten gaat het?

“Er zijn meer dan 300.000 kinderen jonger dan 18 die wereldwijd ingezet worden in gewapende conflicten. In de meeste landen zijn de kinderen tussen de 15 en 18 jaar oud. Maar in 26 landen vechten kinderen mee vanaf 10 jaar, soms zijn ze zelfs nog jonger. Bijvoorbeeld in Noord-Uganda zijn de jongste kindsoldaten rond de 7 jaar.”  Dit las je in de paragraaf hiervoor. In deze paragraaf geen wordt er door gegaan op de vraag: Om hoeveel kindsoldaten gaat het?

Naast de genoemde 300.000 kinderen worden 100.000 kinderen opgeleid voor zowel regeringsgroepen als voor opstandige groeperingen. Het probleem is het grootst in Azië en in Afrika. Alleen in al Afrika worden 120.000 kinderen ingezet. Toch valt op dat er 4 jaar gelden ongeveer 250.000 kindsoldaten waren en het er nu al 300.000 zijn. Dat wil dus zeggen dat er steeds meer kinderen bij een strijdkracht van de regering of rebellengroepen horen.Dat is eigenlijk vreemd om te bedenken dat het aantal dus echt groeit, en dat in deze tijd?

De spectaculaire stijging van het aantal kindsoldaten is voor een groot stuk het gevolg van de modernisering van het wapenarsenaal. De nieuwe generaties wapens zijn goedkoop, licht en gemakkelijk te hanteren. Ze zijn bovendien eenvoudig in gebruik, zelfs voor een kind van tien. Een oorzaak is het aantal slachtoffers onder de burgerbevolking. Vroeger waren het vooral de strijdkrachten die slachtoffer werden van gewapende conflicten, tegenwoordig is het met name de burgerbevolking die slachtoffer wordt. In de Eerste Wereldoorlog bestond 5% van de slachtoffers uit burgers, in de Tweede Wereldoorlog was dit al gestegen tot 48% en in de moderne oorlogen is dat maarliefst 90%. De conflicten worden niet tussen verschillende staten uitgevochten maar tussen rebellengroepen en het leger, en rebellengroepen onderling. Het is niet altijd duidelijk wie er nou strijders en niet-strijders zijn. Families en kinderen zijn vaak het doelwit waarbij kinderen worden ontvoerd of ze komen alleen te staan. Dan zoeken ze bescherming, ze denken dat bij het leger of bij de rebellengroepen te vinden. Zo worden dus steeds meer en meer kinderen soldaat.

In welke landen komen de grootste aantallen kindsoldaten voor?

In 2001 werden er in maarliefst 35 landen kinderen als soldaten gebruikt. Hieronder zie je de landen waar het omgaat.

situatie in 2001

Afghanistan, Afrika, Algerije, Angola, Azië, Burundi, Colombia, Democratische Republiek Congo, Eritrea, Ethiopië, Filippijnen, India, Indonesië, Irak, Iran, Israël en Bezette Gebieden, Joegoslavië, Libanon, Mexico, Myanmar (Birma), Nepal, Oeganda, Oezbekistan, Oost-Timor, Pakistan, Papoea Nieuw Guinea, Peru, Republiek Congo (Brazzaville), Russische Federatie, Rwanda, Sierra Leone, Soedan, Solomon, Eilanden, Somalië, Sri Lanka, Tajikistan, Tjaad.

Situatie 2006 (huidige aantallen zijn (nog) niet bekend)

Haiti, Columbia, Guinea, Ivoorkust, Democratische Republiek Congo, Tjaad, Soedan, Soemalië, Irak, Afghanistan, Nepal, India, Sri Lanka, Oeganda, Rwanda, Burundi, Filippijnen, Myanmar, Palestijnse gebieden.
Gelukkig kunnen we hieruit concluderen dat het aantal landen waar kindsoldaten worden ingezet is afgenomen.
Het land dat het grootste aantal kindsoldaten gebruikt is Afrika. Afrika is een arm land en heeft een laag inkomen. Om een kans te maken in de strijd zal het land zoveel mogelijk soldaten moet hebben. Onder andere om die reden gebruikt Afrika kinderen als soldaat, en niet alleen Afrika nog veel meer landen. Andere redenen om kinderen te gebruiken zijn bijvoorbeeld omdat kinderen indruk proberen te maken, ze zijn niet bang omdat ze denken dat het allemaal een spel is en je kunt ze nog van alles wijsmaken en zeer gemakkelijk onder druk zetten. Daarom zijn het dus erg goede vechters. Ook kunnen ze goed informatie werven omdat ze zo jong zijn en dus niemand ze zal verdenken.


Wat doen jonge meisjes in het leger?

Wanneer je in een leger rondkijkt zul je zien dat het leger niet alleen bestaat uit jongens maar dat er ook toch relatief veel meisjes en jonge vrouwen rondlopen. De meisjes worden ook ingezet als soldaat en hebben in dat opzicht dus dezelfde functie als de jongens. Maar de meisjes worden ook gebruikt als seksslavinnen en huis’vrouwen’. Net als de jongens sluiten veel meisjes zich vrijwillig aan bij de strijdende partij in de hoop dat ze onderdak, voedsel en bescherming krijgen. Bij aankomst worden de meisjes verdeeld onder de rebellen. Elke rebel heeft vaak meerdere meisjes en jonge vrouwen tot zijn beschikking. Ze worden dus de vriendinnen of vrouwen van de rebellen; Oorlogsechtgenote, zoals de term die zijzelf hanteren.

Concy A., een 14-jarig meisje, werd uit het Oegandese Kitgum door de LRA ontvoerd naar Soedan.

"In Soedan werden we verdeeld onder de mannen en ik werd aan een man gegeven die zojuist zijn vrouw had omgebracht. Ik kreeg geen geweer, maar hielp bij het ontvoeren van dorpelingen en het stelen van hun voedsel. Meisjes die weigerden LRA-vrouw te worden, werden als waarschuwing voor onze ogen vermoord."

Deze meisjes lopen groot risico een seksueel overdraagbare ziekte op te lopen of zwanger te raken. Grace A. baarde een dochter van één van de LRA-rebellen die haar ontvoerd hadden. Na de bevalling werd ze gedwongen de strijd weer op te nemen.

 "Ik raapte een geweer op en bond de baby op mijn rug,"

verteld de inmiddels 18-jarige, terwijl ze haar baby de borst geeft.
Het komt ook voor dat de meisjes zelf slachtoffer worden van de gruwelijke daden van kindsoldaten. “

In Algerije vertelde een jonge vrouw uit een dorp waar een bloedbad had plaatsgevonden, dat alle moordenaars jongens waren van nog geen 17. Enkele jongens, die ongeveer 12 jaar oud leken, onthoofdden een 15-jarig meisje en speelden 'vangbal’ met het hoofd.”

Wat zijn de economische en sociale belangen bij het inzetten van kindsoldaten?

De economische belangen om bij oorlog kindsoldaten in te zetten is, dat zij weinig loon vragen omdat vaak in die landen waar de oorlog is, er heel veel armoede  heerst. Maar ook omdat volwassen soldaten betaald moeten krijgen vanuit de regering, kiezen zij eerder voor kinderen omdat zij misschien wel alleen voor wat voedsel willen werken. Omdat zij weinig luxe gewend zijn, zijn ze snel tevreden met kleine dingen. Ondanks dat de kinderen zo weinig krijgen, wordt er wel veel geld vanuit de overheid in het leger gestopt. Dit zorgt ervoor dat de economie in die landen slecht is. Ook corruptie speelt hierbij een heel belangrijke rol. Corruptie wil zeggen dat de overheid het geld dat zij ontvangt niet gebruikt voor de bevolking maar allemaal voor zichzelf of het leger houdt. Daarom gaat het slecht met de economie maar ook op politiek gebied.

Kinderen worden kindsoldaat vanwege voedselgebrek en honger. In veel landen die in oorlog zijn, is er een gebrek aan van alles, ook aan eten. Kinderen sluiten zich aan bij een leger omdat ze anders doodgaan van de honger. Om diezelfde reden geven sommige ouders hun kinderen mee aan gewapende troepen als die beloven dat de kinderen elke dag een maaltijd krijgen. Kinderen die kindsoldaat worden, hopen hiermee makkelijker toegang te krijgen tot onderwijs. Voortgezet onderwijs is in veel ontwikkelingslanden maar voor een kleine deel van de bevolking weggelegd. Zonder diploma is het moeilijk een goede baan te krijgen. Kinderen die niet naar een middelbare school kunnen, verwachten als ex-soldaat voorrang te zullen krijgen op een baan ná de oorlog. Kindsoldaten beschouwen hun werk in het leger als een baan. Dat doen ook mensen die zich bezighouden met kinderarbeid en de bestrijding ervan. Die rekenen kindsoldaten tot de kinderarbeiders. Dat zijn kinderen die werken om te overleven of om extra geld te verdienen voor hun familie. Dat doen ze niet alleen als kindsoldaat, maar ook als huishoudelijke hulp, als landarbeider, als fabrieksarbeider, als mijnwerker, als straatverkoper of als prostituee. Het leger biedt kinderen een uitweg uit armoede en werkloosheid. De kindsoldaten of hun ouders worden betaald in geld of goederen.

De rijkere families in die ontwikkelingslanden hebben geen inkomsten uit deze vorm van kinderarbeid nodig, maar maken er wel gebruik van. Zij gebruiken bijvoorbeeld de meisjes als prostituee. Het lijkt nu alsof de kinderen ‘vrijwillig’ zullen deelnemen aan deze handelingen, maar vaak worden deze kinderen gedwongen. Op klaarlichte dag komen bijvoorbeeld rebellenleiders de huizen binnen en ontvoeren de kinderen. Ook gebeurt het dan dat de ouders van die kinderen vermoord worden. Dit gebeurt voor het geval dat kinderen ontsnappen of terug willen, zij niemand hebben om terug te gaan. Een overzicht met voor- en nadelen van kindsoldaten:

Argumenten voor:

  • - Kinderen zijn goedkoop
  • - Kinderen zijn makkelijker te beïnvloeden
  • - Kinderen kunnen bepaalde taken beter
  • - Kinderen zijn klein en lenig en hebben vaak een betere conditie
  • - Kinderen zijn goed te camoufleren en kunnen goed voor spionage en
          sabotage worden ingezet
  • - Omdat een kind niet zo snel verdacht wordt, zijn kindsoldaten extra
                    gevaarlijk voor de tegenstander
  • - Kinderen lopen minder snel weg en zeuren niet over salaris
  • - Kinderen gehoorzamen beter, vooral als ze bang worden gemaakt
  • - Door ook kinderen in je leger op te nemen, wordt het groter en moeilijker te verslaan

    Argumenten tegen:
    - Kinderen worden blootgesteld aan onmenselijke activiteiten
    - Kinderen krijgen trauma’s en kunnen later veel moeilijker ‘normaal’ functioneren in de maatschappij.

    Wat is de rol van lichte wapens in combinatie met de groei van kindsoldaten?

    Er zijn in steeds ruimere mate wapens voorhanden die door één persoon gedragen en gebruikt kunnen worden om een ander te doden. Dit soort wapens stelt kindsoldaten voor het eerst in staat mee te vechten in een oorlog. Tot dan toe zijn er alleen geweren en andere wapens beschikbaar geweest die door hun gewicht en afmetingen alleen door volwassenen vervoerd en gebruikt kunnen worden. De VN hebben voor deze nieuwe lichte wapens de term ‘kleine wapens’ bedacht. Hieronder vallen onder meer messen, machetes, ook wel kapmes genoemd, en pistolen. Meestal verstaat men onder kleine wapens alleen pistolen en (machine)geweren. Kleine wapens hebben nog meer voordelen. Ze zijn door hun geringe afmetingen gemakkelijk te verbergen. Met een tank of gevechtsvliegtuig gaat dat toch iets moeilijker. Ze zijn goedkoop, ze doen het vrijwel altijd, ze gaan lang mee en ze gaan moeilijk stuk. Een machinegeweer heeft géén elektronica en weinig bewegende delen die kapot kunnen gaan. Ten slotte zijn ze voor kinderen gemakkelijk te gebruiken. Een kind van acht kan al snel leren hoe met een machinegeweer te schieten. Een kind van 10 jaar wordt zelfs al geleerd hoe een AK-47 Kalasjnikov uit elkaar gehaald moet worden en weer in elkaar gezet.
                                                    
            
    De Kalasjnikov is een in Rusland uitgevonden machinegeweer. Daar komt nog bij dat wapenfabrikanten kindsoldaten als afzetmarkt voor hun producten hebben ontdekt. Ze maken wapens steeds kindvriendelijker! Bij het afvuren van vuurwapens treedt er altijd een terugslag op. Om het wapen zo kindvriendelijk mogelijk te maken wordt er voor gezorgd dat die terugslag zo weinig mogelijk is.

    De populairste kindvriendelijke vuurwapens zijn de hierboven genoemde Russische Kalasjnikov, een Amerikaanse M-16 en een Duitse G3. Om een indicatie te geven hoe populair deze wapens zijn: de Kalasjnikov is al meer dan 55 miljoen keer verkocht. Een M-16 en de G3 zijn net zo populair als een ouderwetse transistorradio. Deze lichte wapens wegen ongeveer 4 kilo en kunnen 20 tot 30 kogels per seconde afschieten. De kinderen hebben een training van enkele dagen tot enkele weken gehad in het gebruik van deze wapens. Hierbij hebben ze geleerd hoe ze moeten schieten, hoe ze het wapen uit elkaar moeten halen om het schoon te maken en weer in elkaar te zetten. Ook hebben ze geoefend hoe ze, indien verwikkeld in een gevecht met het wapen moeten omgaan, bijvoorbeeld hoe ze dekking moeten zoeken en hoe ze een verrassingsaanval moeten uitvoeren.

    Doordat er steeds meer lichtere wapens komen en die ook steeds goedkoper zijn is het voor de regering van het land waar de kindsoldaten zijn, nog makkelijker om hen te vragen. Doordat die wapens lichter in gebruik zijn, is het voor die kinderen makkelijker te hanteren en zouden zij er dus eventueel een hele dag mee kunnen lopen. Daar wordt dan dus ook meteen gebruik van gemaakt. De rebellenleiders laten ze alle gebieden verkennen zodat de kinderen weten waar de landmijnen liggen, maar ook worden ze erop uit gestuurd om te gaan bespioneren wat de ‘tegenstander’ doet.

    Wat is de relatie tussen kindsoldaten en Congo?

    Congo

    De officiële naam van Congo is; Democratische Republiek Congo, ook wel afgekort naar DR Congo.  Congo ligt centraal in Afrika en heeft een oppervlakte van 2345 410 km².

    De bevolking van Congo telt zo ongeveer 51,7 miljoen personen waarvan slechts 3% ouder is dan 65 jaar.  Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw ligt vrij hoog, namelijk 6,43.

    De godsdiensten in het land zijn zeer uiteenlopend waaronder: protestants, kimbanguist en moslims maar het overgrote deel is katholiek.  De gesproken talen zijn: Frans, Lingala, Kingwana, Kikongo, Tshiluba.

    Het staatshoofd van Congo is President  Joseph Kabila, over hem wordt later meer verteld.  Congo werd op 30 juni 1960
    onafhankelijk, sindsdien is 30 juni een nationale feestdag voor hen.

    De dictator Mobutu wordt in 1997 uit de macht gezet door rebellenleider Kabila die hulp krijgt van de buurlanden Oeganda,Burundi en Rwanda. Hij heeft Zaïre (de voormalige naam van DR Congo) een nieuwe naam: de Democratische Republiek van Congo.  In een aantal van de buurlanden zijn wat rebellengroeperingen actief die machtsuitbreiding nastreven. Door de ingewikkelde situatie lukt het Kabila niet om na de overname van Congo de macht opnieuw in handen te krijgen. Er zijn teveel personen die baat hebben bij een zwak bestuur en dus tegenwerken. Door het democratiseringsproces aan z´n laars te lappen maakte Kabila het nog ingewikkelder dan het al was.

    Ondertussen ontstaan er meerdere gewapende rebellengroepen. Deze zetten zich vaak op langs volksverbanden. Ze zijn voor of tegen de regering en ook tegen elkaar. Dit komt doordat ze een motto hebben ingevoerd dat luid ‘ de vijand van mijn vijand is mijn vriend.’ Volksleiders maken het helemaal bont door volken bewust tegen elkaar op te zetten en ze zo voor hun zaak te laten vechten. Deze chaos wordt nog groter wanneer Laurent Kabila (en zijn zoon tevens opvolger Joseph Kabila) zijn oude strijdmakkkers Oeganda en Rwanda verzoekt het land te verlaten. De landen zijn het hier niet mee-eens en weigeren hun invloed in Congo op te geven. Om deze reden verlenen ze gewapende steun aan  Zo escaleert een rebellenopstand tegen hun dictator tot een internationale oorlog waarbij de regering van Congo, rebellenleiders en buurlanden elkaar de macht ontzeggen.

    De inzet van de strijd is de zeggenschap over Congo en de enorme rijkdom aan grondstoffen in Congo.

    De zogenaamde Lusaka Vredesakkoorden werden in 1999 getekend door de strijdende partijen. Hierbij kwam officieel het einde van de oorlog, bij het blijkt dat de wantrouwe nog te groot is om de wapens erbij neer te leggen. Vooral in het grensgebied tussen Congo en Oeganda, Rwanda en Burundi komen nog regelmatig gevechten tussen verschillende rebellengroepen voor.

    Waarom kinderen in Congo?

    I
    edereen die de in de afgelopen vier jaar een nieuw mobieltje heeft gekocht is indirect misschien wel mede schuldig aan de oorlog in Congo.  Mobiele telefoons bevatten namelijk Coltan. Columbiet-tantaliet is de officiele benaming, het is een licht radioactief mineraal waaruit tantaal wordt gedestilleerd. Tantaan is een extreem hittebestendig metaalpoeder dat tijdelijk veel energie kan opslaan. Coltan zit niet alleen in je mobieltje maar ook in je spelcomputer, je laptop en in je videocamera. Maar de coltan wordt ook gebruikt voor o.a. raketten, kernreactorvaten en transportpijpen voor aardgas. Je begrijpt dus wel dat er bijzonder veel coltan wordt verbruikt.
    80% van de wereldvoorraad coltan ligt in Oost-Congo opgeslagen. De rest van de voorraad ligt verdeeld onder Afrika, Australië en de Verenigde Staten.

    Voorheen, zo rond 1998 had nog nooit iemand van deze waardevolle stof gehoord. Maar toen het eenmaal ontdekt was en de mobiele telefoon een grote hype werd was de stof een van wereld´s meest gewilde metalen. De prijs van het goed steeg van ongeveer 30 dollar naar 900 dollar per kilo.

    Tegenwoordig kopen de rebellen met de opbrengt van de coltanverkoop duizenden AK-47´s en landmijnen. Via raadselachtige tussenhandelaren komt het coltan bij Westerse chipfabrikanten terecht en zo uiteindelijk in ons mobieltje.

    De coltanmijnen zijn vaak niet meer dan eenvoudige werkkampen maar duizenden mensen arbied verrichten. De contanzoekers zijn vaak kinderen die door de rebellen gedwongen worden, zij graven tot wel zes meter diepte om daaruit een hand coltan-erts te vinden. Veel van deze coltanzoekers zijn al tienduizenden om het leven gekomen voor uitputting of het instorten van de gangen.

    De boeren in Congo produceren geen voedsel meer, zij graven mee, vluchten voor het geweld of worden van hun grond af gedreeven wanneer er blijkt dat deze coltanrijk is.

    De oorlog die in 1997 begon draaide dus al snel niet meer om de politiek maar puur om de handel van coltan.


    Het dilemma van de NGO´s


    De NGO´s (niet-gouvernementale organisaties) die zich in Congo bevinden worstelen met een dilemma. Moeten de blijven of moeten ze gaan.  De NGO´s kun je zien als een leger, zij helpen de bevolking en hun leiders bij het winnen van vrede. En wanneer ze besluiten weg te gaan betekend dit dat zij ontzettend veel mensen achter laten terwijl zij zoveel steun nodig hebben. Maar wanneer ze besluiten te blijven kan dit gevaar voor eigen leven betekenen en dat gevaar moet niet onderschat worden.

    Zes medewerkers van het Internationale Rode Kruis -vier Kongolezen, een Colombiaan en een Zwitser- zijn in twee auto’s met het embleem van het Rode Kruis duidelijk zichtbaar op de zijkant van de auto’s op weg naar een gezondheidscentrum ergens in de provincie Ituri om medicijnen af te geven. De auto’s worden aangehouden. De zes mannen worden doodgeschoten en de medicijnen gestolen. De daders worden nooit gevonden.

    “Kindsoldaten van zes of acht jaar zeggen lachend tegen ons: 'We hebben al veel mensen gedood, dus een meer of minder maakt voor ons geen verschil'”, vertelt Denise Blum van de christelijke hulporganisatie Medair. Ze is een veteraan met twaalf dienstjaren op de meest onmogelijke standplaatsen. En juist zíj zegt, geëmotioneerd: “Ik ben in Somalië, Sierra Leone, Liberia, Zuid-Soedan, Rwanda en Tsjetsjenië geweest. Maar in Oost-Kongo is het erger.”

    Het afgelopen jaar was voor haar het meest schokkend als hulpverlenster. Het overtrof zelfs het geweld in Tsjetsjenië, waar in 1995 moord en ontvoering niet genoeg was om alle hulpverleners tegelijk het land uit te werken. Van de VN-vredesmacht hoeft Denise niet veel te verwachten. De 700 soldaten uit Uruguay die vlakbij gelegerd zijn spreken alleen Spaans en mogen alleen zichzelf verdedigen.

    Ik vraag me af waarom dit zinloze, massale geweld op deze manier kon plaatsvinden,
    zegt de directrice van Medair Congo. “Natuurlijk zaten wij in angst. Vooral toen we
    lange tijd op de basis opgesloten zaten. De oorlog begon direct buiten onze tuinpoort.
    Ik vraag me af waar en hoe dit alles zal ophouden.” Denise Blum weet niet wat er waar is van geruchten over kannibalisme. Maar zij zal zich altijd blijven herinneren wat een gewapend militielid tegen haar zei, toen ze in de stad medicijnen probeerde te distribueren: “I will eat your liver.” (Ik zal je lever opeten). “Ik wist dat hij het meende.”

    Mocht het echt misgaan kunnen de hulpverleners direct vertrekken. Ze beschikken over contacten en over het juiste vervoer. Toch hebben ze besloten om bij de slachtoffers te blijven, ondanks het gevaar dat er voor hen schuilt. Dit hebben ze besloten omdat er zoveel onschuldige en kwetsbare burgers zijn te lijden hebben.


    Een vrede vol wantrouwen

    Er zijn veel manieren gebruikt om Congo te voorzien van vrede. Zo hebben ze o.a. het staakt-het-vuren in gezet. Je kunt het zien als een soort wapenstilstand maar dan niet voor even, nee voor altijd.  Hier wordt op toe gezien voor een speciale organisatie uit de VN. In Juli 2003 is er een overgangsregering samengesteld. Hierin zit aan het hoofd Joseph Kabila en verder nog vier vice-presidenten. Hiervan zijn er twee vice-presidenten die de rebellen vertegenwoordigen die sinds 1998 tegen het bestuur van Kabila hebben verzet.  De andere twee vice-presidenten komen van een regeringspartij, de zogeheten onbewapende oppositie. De vijf mannen moeten samen vrije verkiezingen voorbereiden die in 2005 hebben plaatsgevonden.

    De samenwerking van de ze mannen verloopt niet al te soepel. President Joseph Kabila zou bijvoorbeeld samen met 36 nieuwe ministers en 24 onderministers in Juli 2003 gezamenlijk naar Goma (Oost-Congo) vliegen voor een beraad. Echter weigerde zij in te stappen omdat zij vonden dat het vliegtuig te klein was voor de tientallen lijfwachten die ook mee moesten. Zonder hen durfde zij niet op reis te gaan, dit uit wantrouwen tegen de medeministers en hun achterban.

    De weg naar vrede heeft zich ook op een hele ander niveau ingezet. Namelijk het netwerk van de kerken, dit netwerk is het enige netwerk dat de oorlog heeft doorstaan. De lokale organisaties maken dan ook dankbaar gebruik van dit netwerk, ze gebruiken het om vredesprogramma´s op te zetten. Door middel van een Nationale Campagne voor Blijvende Vrede spreken ze zich uit voor de vrede, terugtrekking van de buitenlandse troepen en voor democratie.

    Hun stelling tegen de oorlog die ze aannamen is niet zonder gevaar. Het is namelijk zo dat zowel regerings- als rebellengroepen geen vrije mening accepteren. Het gebeurt nog geregeld dat leden van de NGO worden opgepakt, worden gemarteld en gevangen worden genomen.

    Zo zie je maar, het zal nog wel even duren voordat de rust in Congo helemaal is teruggekeerd.

    Wat doet War Child voor de kinderen in Kongo



    War Child heeft 8 uitgangspunten om kinderen te helpen:

    1. Ieder kind op de wereld is even belangrijk
    Hiermee willen ze duidelijk maken dat zij kinderen steunen ongeacht hun
    religie, etnische of sociale achtergrond.

    2. Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind
                War Child voert hun werk uit met zicht op Het Internationale Verdrag
    inzake de Rechten van het Kind. Hierin staan de regels met betrekking tot de bescherming en opvoeding van een kind.

    3. Participatie
    War Child zorgt dat de projecten die zij doen, volledig afgestemd zijn op het kind. Want elk kind beleeft een bepaalde gebeurtenis weer anders en verwerkt dit ook anders.

    4. Professionaliteit
    War Child werkt met alleen maar professionals. De programma’s die War Child volgt komen voort uit sociale wetenschappen en ze werken met creatieve- en sportieve middelen.
    5. Capaciteitsopbouw
    Voor capaciteitsopbouw wordt veel tijd uitgetrokken. Capaciteitsopbouw is.
    het opleiden van de plaatselijke bevolking tot arts of psycholoog.

    6. Culturele diversiteit
    De opvoeding van een kind wordt vooral bepaald door de cultuur waarin het kind leeft. De medewerkers van War Child moeten dus wel om kunnen gaan met de verschillende culturen.

    7. Informatievoorziening
    Er wordt heel veel rekening gehouden met de rechten en behoeften van een kind in die landen. De behoeften in die landen zijn anders dan bij kinderen in Westerse landen. Maar ook ten opzichte van politiek en het sociale klimaat moeten de medewerkers van War Child goed geïnformeerd zijn.

    8. Bescherming
    Dit is een belangrijk onderdeel voor het welzijn van het kind. Onderdelen
    daarvan zijn en daarbij een kleine uitleg

    Positieve coping vaardigheden’ in het kind
    Steun van volwassenen
    Interactie met leeftijdsgenoten
    Toekomstperspectief
    Vrede en veiligheid

    Positieve Coping vaardigheden’ in het kind:
    Naarmate je ouder wordt ga je anders met ervaringen om. Met een moeilijk woord heet dit: Coping vaardigheden. Je hebt 2 verschillende coping; positieve en negatieve. Positieve coping is bijvoorbeeld praten met anderen, sport en spel of muziek maken. Negatieve coping is bijvoorbeeld agressief gedrag. De positieve kant bevordert ook de verwerking van de psychische problemen.
    War Child probeert samen met de lokale vrijwilligers, professionals en andere volwassen een veilige omgeving te creëren waar de kinderen kunnen spelen. Door met deze kinderen te spelen en te tekenen helpen zij de positieve coping te vergroten.

    Steun van volwassenen:
    Elk kind heeft steun nodig, van zijn ouders, broers, zussen of andere volwassenen, om zich te kunnen ontwikkelen. Kinderen die aandacht en zorg krijgen zullen zich beter ontwikkelen dan kinderen die worden genegeerd of weinig aandacht krijgen. Met deze aandacht leren kinderen om te functioneren in de samenleving
    War Child ondersteunt de ouders of eventuele verzorgers om de kinderen aandacht te geven. Zo zullen die kinderen zich sterker voelen. Maar ook traint War Child specialisten om hen te leren met de kinderen te kunnen praten zodat de kinderen hun problemen kwijt kunnen. Het belangrijkste uitgangspunt is dat de ouders hun eigen kinderen zó moet verzorgen dat de kinderen later voor zichzelf kunnen zorgen. Wanneer de ouders dit niet lukt zal War Child hulp bieden met de benodigde specialisten.

    Interactie met leeftijdsgenoten:
    Met interactie met leeftijdsgenoten wordt bedoeld dat de kinderen om moeten gaan met hun leeftijdsgenoten. Dit is ook belangrijk voor de sociale ontwikkeling van een kind. Hij/zij moet niet bang zijn om met andere mensen te moeten praten. Dit kan het beste geleerd worden door middel van sport en spel. Zo kunnen zij andere kinderen (weer) vertrouwen.

    Toekomstperspectief:
    Een belangrijke factor van de ontwikkeling van kinderen is Toekomstperspectief. Kinderen moeten iets hebben om naar uit te kijken. Dat beeld wordt gecreëerd door kennis en die kennis doen zij op, op school. Door de oorlogen die de kinderen meemaken krijgen ze niet de kans om zich te ontwikkelen. Ook raken zij vaak hun familie kwijt. War Child organiseert verschillende activiteiten, creëert ontmoetingsplaatsen voor kinderen en helpt bij het terugkeren van traditionele gebruiken. Doordat zij dan langzaam aan hun dagelijkse leven weer kunnen oppakken, vormen zij een bepaald toekomstperspectief.

    Vrede en veiligheid
    Veiligheid is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Vooral de fysieke en emotionele veiligheid. Wanneer een kind door bijvoorbeeld oorlog geen garantie heeft op veiligheid zal een kind zich niet goed voelen.
    War Child kan geen vrede stichten. Maar zij zorgen ervoor dat kinderen, die in dit soort situaties leven, het vertrouwen tussen verschillende groepen weer terugkrijgen. Zo dragen zij een steentje bij de wederopbouw van vrede en veiligheid. Ook zorgt War Child ervoor dat de kinderen niet weer in zo’n situatie terugkeren. Dit gebeurt door lessen te geven. Onderdelen van die lessen zijn bijvoorbeeld voorlichting over mijnen en lessen over de gevaren van alcohol en drugs.

     
    Overzicht van wat doet War Child


    Allereerst moeten de kinderen weer ‘terug’ gehersenspoeld worden. Die hersenen zijn zo erg aangetast dat ze niet meer normaal kunnen denken. Dat moet worden veranderd door middel van psychologische programma’s. Die programma’s zijn vooral gericht op creativiteit. Praten is daarbij een belangrijk onderdeel.

    Maar ook een belangrijk onderdeel van dat programma is sport en spel. De kinderen moeten weer het plezier in het leven zien te krijgen.
    Dit gebeurt eerst allemaal alleen, de therapeut van het kind moet het vertrouwen zien te winnen van het kind, maar andersom natuurlijk ook.
    Omdat kinderen vaak heel jong ontvoerd zijn, hebben zij geen goede ontwikkeling van het lichaam meegemaakt. De motoriek is vaak achterstallig en dat is vaak goed op te lossen d.m.v. spelletjes. Die spelletjes zijn leuk om met meerdere kinderen te doen, maar dan moet dat wel mogelijk zijn.
    Daarna is het belangrijk om ze te laten accepteren in de samenleving. Dit is een moeilijk proces, maar met bepaalde wilskracht is ook dit gelukkig mogelijk. Ook dit gaat weer gepaard met veel gesprekken die gevoerd moeten worden tussen de therapeut en het kind, maar ook tussen therapeut en ouders en tussen kinderen en ouders.
    Wanneer dat kind weer langzaam aan geaccepteerd gaat worden in de samenleving is de volgende stap: Het kind (weer) naar school laten gaan. Voor veel kinderen was school iets onhaalbaars omdat de ouders verreweg niet genoeg geld had om de kinderen naar school te brengen. Door de steun die War Child geeft, is het voor veel kinderen wel mogelijk.
    Niet alleen worden de kinderen onder gebracht op scholen. Ook worden er goede leerkrachten naar die gebieden gestuurd omdat er normaal gesproken al weinig leerkrachten zijn, maar ook nog omdat deze mensen een heel zwaar verleden hebben en die verdienen een speciale behandeling.
    Ook onderdak is voor vele kinderen een belangrijk element om weer te kunnen genieten en te overleven. De ouders zijn vaak overleden. En ze komen na jaren terug en hebben geen onderdak. War Child biedt voor hen een geschikt onderkomen. Vaak in huizen waar meerdere kinderen worden onder gebracht zodat de kinderen onderling meer contact met elkaar krijgen. 

     
    Hoe kan het inzetten van kindsoldaten worden gestopt?


    Het is heel moeilijk om het inzetten van kindsoldaten te laten stoppen. War Child kan namelijk geen vrede stichten. Maar ook omdat ze ‘zelf kiezen’. Dit wordt althans gezegd. Maar ze worden over het algemeen bedreigd. Wanneer zij niet actief zullen zijn in het leger, dan zullen zij vermoord worden. Maar ze worden ook ‘lekker gemaakt’ door middel van beloningen. Bijvoorbeeld zullen zij betaald krijgen in geld maar ook vaak met voedsel. De kinderen zijn hier vaak heel erg blij mee omdat ze zelf heel weinig te eten hebben, maar ook de militairen geven hen het graag omdat ze dan weer genoeg krachten hebben om verder te kunnen vechten.
    Er zijn wel regels die zeggen dat kinderen pas vanaf 18 jaar in het leger mogen.
    ‘Na vijf jaar moeizaam onderhandelen kwam er in 1995 binnen de VN-werkgroep eindelijk een akkoord over de tekst van het aanvullende protocol. De minimumleeftijd van 18 jaar is in het protocol van toepassing voor directe deelname aan gewapende conflicten en voor gedwongen rekrutering. Voor de vrijwillige rekrutering mag elk land, met een minimumleeftijd van 16 jaar, zelf de leeftijd bepalen.
    Daarnaast eist het protocol aandacht voor demobilisatie (de kinderen uit het leger halen) en reïntegratie (de kinderen opnieuw aan het gewone leven leren deelnemen). Ook legt het protocol het accent op internationale samenwerking om deze doelen waar te maken.’ Toch hoor je gelukkig de laatste tijd dat kinderen weten te ontsnappen of vrij gelaten worden.



  • ‘Meer dan 232 kindsoldaten in Congo vrijgelaten

    17/11/2007 15:16

    Rebellenmilities in de Oost-Congolese regio Kivu hebben in de afgelopen dagen 232 kindsoldaten aan de VN-Kinderrechtenorganisatie UNICEF overgedragen.

    Volgens de Britse radiozender BBC bevinden de kinderen zich onder de hoede van UNICEF en zullen ze nu zo snel mogelijk bij hun familie's worden gebracht. Volgens VN-gegevens zijn nog honderden kinderen in handen van gewapende groepen in Kivu, waar regeringssoldaten en opstandelingen elkaar sinds maanden bestrijden. In de afgelopen weken waren er berichten dat er steeds meer kinderen onder dwang als soldaten werden ingelijfd. (LIM)’

     

    Dit zijn toch altijd fijne berichten om te horen. Zo zal het aantal kindsoldaten hopelijk langzaam gaan dalen en uiteindelijk zelfs verdwijnen en dat is waar War Child voor ‘vecht’.

    Bron: duitse krant



    Evaluatie Presentaties Klassen 1 +2

    Donderdag 13 december 2007:
    Vandaag begonnen de 2 presentaties. Het 3e en het 5e uur. We kwamen het 2e uur op school en daar kwamen we tot de ontdekking dat nog niets klaar stond. Er kwamen het 3e uur rond de 150 leerlingen. Buiten het feit dat nog niets klaar stond, zat Mevrouw van Amersfoort ook in de aula. Zij had de aula gereserveerd voor het oefenen van de kerstmusical. Gelukkig was zij vandaag bereid om ons de ruimte te gunnen. Maar de apparatuur stond nog niet klaar en er stonden nog allemaal tafels i.p.v. alleen maar stoelen. Met medewerking van een 5 vwo klas, hebben we dat geloof ik in 15 minuten om weten te zetten. Ook de hulp van Sjaak was zeer bruikbaar. Veel stressminuten later, ging de bel. De kinderen konden nu elk moment komen en de spanning steeg nog meer. We hadden nadrukkelijk in de brief gezet dat ze hun tas in het lokaal moesten leggen en dan samen met de docent naar de aula moesten komen. Later kregen wij te horen dat je dat persoonlijk tegen de docent moet vertellen voordat ze dat werkelijk zullen doen. Dus kwamen alle kinderen met hun tas richting de aula.

    Toen de kinderen eenmaal zaten kon de presentatie beginnen. Mevrouw Loman stelde ons voor en gaf daarna het woord aan ons om onze presentatie te houden. Martijn begon met de inleiding tot aan het filmpje. De kinderen waren stil. Toen lieten we het filmpje zien. De kinderen werden nog stiller en we konden zien dat het ze aangreep. Ook wij kregen weer kippenvel over ons hele lichaam (na de zoveelste keer dat we het gezien hadden). Na de film hielden we een kleine quiz van 10 vragen. En na de vraag was er een kleine uitleg over het onderwerp. Bij elk juist antwoord werd er gejuicht en duurde het toch wel even voordat de groep stil was. Na de quiz volgde nog een kleine afsluiting en een aankondiging van onze veiling op 11 januari. Toen de kinderen weg mochten stonden wij nog bij de deur met een kleinigheidje. De kinderen hebben zich het 3e uur voorbeeldig gedragen. Er werd zelfs gevraagd hoeveel geld ze mee moesten nemen voor de veiling! We hadden een goed gevoel over de presentatie!

    Het 5e uur ging de voorbereiding allemaal wat makkelijker. De stoelen en apparatuur stonden al klaar. We waren zelf ook al wat meer relaxt dus ging het voor ons zelf beter. De kinderen waren nu alleen wat drukker. Het was natuurlijk wat later op de dag en de kinderen hadden daarna studieles. Dat wekt bij de kinderen toch wat onrust. Maar toen we de video aangezet hadden was toch iedereen angstvallig stil. Ze realiseerden zich duidelijk wat daar aan de hand was. Maar nu ook met de quiz juichten ze na elke vraag en duurde het eventjes voor het stil werd. Ook over deze presentatie hadden we een heel goed gevoel, beter dan de vorige. Ook deze kinderen kregen een kleinigheidje na de presentatie. En ook hier kregen we een zeer leuke vraag: ‘Kan ik nu ook geld doneren?’ ‘Ja natuurlijk!’ ‘Dan moet ik het geld even uit me tas pakken!’ Hieruit kan je toch opmaken dat het de kinderen wel geraakt heeft en hopen wij op een goedlopende veiling.

    Vrijdag 14 december 2007:
    Vandaag hadden we ook nog 2 presentaties. Het 3e en het 6e uur. We dachten dat we nu de meeste tegenslagen, t.o.v. de presentatie, wel hadden gehad, maar toen we een kwartier voor het 3e uur de aula binnenliepen wisten we niet wat er zou gebeuren. Mevrouw van Amersfoort zat weer in de aula, te oefenen voor de kerstmusical. Zij zat al in tijdnood en zou zelfs op zondag komen oefenen omdat ze te weinig tijd had. Toen wij binnenkwamen brak er iets in Mevrouw van Amersfoort wat wij niet hadden voorzien. We hebben met veel pijn en moeite toch nog het 3e uur de presentatie kunnen houden, maar door het oponthoud moesten we alles op het laatste moment regelen. Apparatuur klaarzetten à 1 microfoon deed het niet. De geheugenstick van Yvonne was weg en dus moesten we het doen met de presentatie die bij Yvonne op haar e-mail stond. Toen we halverwege de presentatie waren, kwamen wij erachter dat het de verkeerde presentatie was. Vraag 10 en ‘de special effects’ ontbraken. Ondanks dat liep de presentatie toch wel goed, maar het gaf ons toch geen lekker gevoel. We kregen uiteindelijk toch heel veel complimenten van de docenten. Dat gaf ons toch wel wat voldoening. Na de presentatie van het 3e uur hebben we met Mevrouw van Amersfoort besloten dat zij het 6e uur kon oefenen en dat wij dan geen presentatie zouden houden. Mevrouw Loman had het doorgegeven aan de roostermakers en wij zouden er dan vanuit gaan dat de roostermakers het dan wel aan de klassen zouden doorgeven. Toch gingen wij het 6e uur voor de zekerheid toch maar even kijken of er nog kinderen kwamen en zo ja, dan zouden wij die terugsturen naar de klas. Wij wisten niet dat alle klassen met docent naar de aula kwamen. Het bleek dus niet doorgegeven door de roostermakers. Het was toch ook wel jammer dat de laatste presentatie niet door kon gaan, omdat Mevrouw Renooij deze keer kwam kijken, maar ook omdat wij onze presentatie nog moesten filmen. Dat is dus helaas niet gebeurd.